De medewerkster van het crematorium kijkt mij van boven haar mondkapje vragend aan. We staan samen in de aula naast de kist van een overleden man die verbleef in de daklozenopvang. De kist is bezaaid met waxinelichtjes en allerlei persoonlijke spulletjes. Het stilleven op de kist vormt een prachtig eerbetoon aan deze verslaafde man die zijn bijzondere en ruige leven te vroeg moest loslaten.